Gifkikkers


De gifkikker of pijlgifkikker

Pijlgifkikkers hebben hun naam te danken aan de indianen van de tropische regenwouden, die hun pijltjes over de giftige (curare) slijmhuid van de kikkertjes wrijven.
De pijlen worden met blaaspijpen op meestal kleinere dieren afgeschoten.
De gifpijltjes veroorzaken een vrij snelle verlamming bij bv. aapjes of vogels.


Gifkikkers vallen op door hun variaties in felle kleuren. Hiermee schrikken ze vooral hun belagers (predatoren) af, die snel leren dat de kleuren gevaar betekenen.
Gifkikkers zijn als ze volwassen zijn 1 tot 7cm groot, slank gebouwd en zeer kleurrijk. De dieren zijn zelden schuw en vertonen vaak leuk gedrag.

Geluiden
De mannelijke exemplaren 'fluiten' veel. Bij enkele soorten fluiten ook de vrouwtjes.
Het gemaakte geluid bestaat meestal uit korte, hoge piepjes en trillers.

Waar leven de gifkikkers?
De pijlgifkikkers komen in Zuid- en Midden- Amerika voor, alleen in vochtige, tropische bossen met weinig temperatuursverschillen, en een hoge luchtvochtigheid.


Over het algemeen zijn er een aantal levenswijzes te onderscheiden:

Bodembewonend
; de kikkers kruipen door de schaduwrijke
strooisellaagvan het bos.
Water wordt onttrokken uit dauw en plasjes water op de bosbodem.

In bomen levend; de meeste soorten hebben bromeliasnodig voor de voortplanting en watervoorziening.

Beekbewoners; kruipen over stenen langs oevers en springen bij gevaar in het water.

Bij Amfibia is altijd een ruime voorraad nakweek beschikbaar voor de hobbyist.
Vele uitzonderlijke soorten gifkikkers kunnen op bestelling verkregen worden.
Onze dieren zijn degelijk gehuisvest in een geoptimaliseerde omgeving.
Uitleg ontvang je ter plaatse van een hobbyist die al jaren de pijlgifkikkers in zijn hart draagt.
Welke kikkers hebben we in voorraad?

Klik op deze link: voorraadlijst van de gifkikkers, of kom ze bewonderen in de winkel.
Vermits Amfibia zich specialiseert in pijlgifkikkers vind je in onze winkel een bijzonder uitgebreid aanbod. Klik hier om ons aanbod te bekijken.

Hieronder vindt u detailinformatie over deze prachtige dieren:

Adelphobates Galactonotus
De A. Galactonotus kan in kleine groepen gehouden worden. Ze leven in het oerwoud vaak in de buurt van omgevallen bomen. Af en toe klimmen ze ook wat.
Er zijn verschillende kleurvariëteiten van de galactonotus gekend: witte, gele, orange, rode...
 
Grootte: tot 4cm
Adelphobates galactonotus Orange variant

Leefomgeving:

Brazilië : Maranhão, Parà
Tropisch vochtig

Temperatuur:
D :22-28°C N : 20°C

Voeding:
Fruitvliegjes, springstaartjes, kleine insecten zoals kevertjes enz ...

Adelphbates galactonotus Yellow variant
Dendrobates Auratus Costa Rica
 
De D. auratus costa rica is een bodembewoner in het regenwoud.
 
Je vind ze tussen de dikke bladlaag op de bodem.
Tussen de afgevallen bladeren vinden de kikkers hun behoefte aan mieren en termieten.
 
Kleur: zwart-groen geband
Leefomgeving:
Nicaragua, Costa Rica, Panama tot Columbia.
Droge delen van tropische regenwouden tot 800m hoogte.
 
Verzorging:
heel geschikt voor beginners.
Wortels, planten, eikenbladeren om in te schuilen.
Waterpoeltje.
 
Grootte: tot 6cm
 
Temperatuur: 24-26°C (dag), 18-20°C (nacht).
Voeding : in gevangenschap eten ze vooral fruitvliegen, stofkrekels, springstaartjes en ook bonenkevertjes, witte pissebedden.
Ze hebben een aanvullende dosis vitamines nodig die in poedervorm verkrijgbaar is en toegediend door de fruitvliegjes hiermee te bedekken.


 

 

.

 

 

Dendrobates azureus

Waar woont de Dendrobates azureus, de blauwe gifkikker?

De blauwe gifkikker D. azureus leeft in de oerwouden van Zuid-Suriname, in het Vier Gebroedersgebergte (zoek maar eens op in Google Maps via pluscode 2373+24).
Het leefgebied wordt langs het zuiden en het Oosten omzoomd door de Sipaliwinirivier en aan de overzijde van de rivier vind je Brazilië. Deze gifkikker leeft daar, samen genomen, op amper enkele vierkante kilometers.



De lokale indianenstammen noemen de kikker Okopipi, wat waarschijnlijk 'blauwe kikker' betekent.

In het wild wordt de Azureus niet groter dan 4,50 cm.

Wordt vervolgd...
Bijengifkikker (ook: geelkopgifkikker, bijenkikker)
Dendrobates leucomelas
 
De Dendrobates Leucomelas is een goede beginnerskikker. Zijn geel-zwarte kleur valt strek op in zijn natuurlijke omgeving en zal menig belager afschrikken.
Het mannetje fluit vrij hard.
 
Leefomgeving:
tropisch vochtig
De kikker wordt meestal gevonden in het noordelijke deel van Zuid-Amerika (Venezuela, Guyana, Brazilië.
Grootte:
tot 4cm
Temperatuur:
Dag : 26 tot 28°C
Nacht : 22°C
Inrichting:
Het terrarium kan men inrichten met vochtvasthoudend materiaal op de wanden en de bodem en afwerken met stukken tropisch hout of eikenstobben en enige planten als bromelia’s. Deze soort is erg warmtebehoeftig, 24-28’C lijkt de aangewezen temperatuur. Middels sproeien kan men drogere en nattere perioden nabootsen.
Voedsel:
Opgroeiende en volwassen D.leucomelas hebben grote hoeveelheden voedsel nodig.
Naast fruitvliegen, die van tijd tot tijd met een vitamine-kalk-preparaat bestrooid dienen te worden, zijn kleine krekels, wasmotten en hun larven en kleine insecten zoals stofkrekels, springstaartjes, erwtenluis, bonenkevers een goede aanvulling.
--> Monteren en inrichting gratis, uiteraard mits aankoop van uw materiaal bij Amfibia.
-->Prijsofferte kan u aanvragen per mail, maar bij voorkeur na bezoek ter plaatse
Filmpje
Kweek:
Voor een groep van 4-5 volwassen dieren is een terrariumvan 60 x 60 x 40 cm wel een minimum, maar groter is beter, zeker als men van plan is met deze soort te kweken.
(Zie: inrichting)
Heeft men aan deze voorwaarden en een degelijke inrichting voldaan, dan komen de dieren spoedig tot voortplanting, als men tenminste mannetjes en vrouwtjes heeft.
Duidelijke uiterlijke geslachtskenmerken zijn er niet. De grootte van de hechtschijfjes aan de tenen zegt niets over het geslacht.
Wel zijn vrouwtjes bij gelijke ouderdom en goede voedering altijd groter en ronder dan de mannetjes.
Mannetjes zijn vaak wat meer oranjeachtig van kleur, maar er is veel variatie tussen de populaties en dit is dus ook geen bruikbaar kenmerk.
Het enige duidelijke geslachtskenmerk is de baltsroep van het mannetje: een 10 tot 15 seconden durende triller. De mannetjes roepen bij voorkeur vanuit hun verborgen voorkeursplaats. Als een vrouwtje hierop ingaat, leidt het mannetje haar naar de afzetplaats.
In het terrarium zijn petrischaaltjes onder een halve kokosnootdop hiervoor uitermate geschikt.
Ze zetten hierin graag hun eieren af, 5-10 in getal, ca. 4 mm groot in een massa gelei. Maar ook worden eieren afgezet in bladoksels van bromelia’s en dergelijke biotopen.
De eieren worden vervolgens door het mannetje alleen bewaakt en verzorgd. Bij een temperatuur van ca. 25’C komen de eieren na 14-17 dagen uit. Het mannetje neemt dan de larven een voor een op de rug en zet ze af in het water.
Dit kan een met water gevulde oksel van een bromeliablad zijn, maar ook het waterdeel in het terrarium of een klein waterbakje tussen de planten. Dan houdt ook de zorg van het mannetje op. Het beste kan men dan de larven uit het terrarium halen om verder op te kweken.
Sommige larven zijn kannibalistisch, andere die vanaf het begin bij elkaar zijn opgegroeid in een ruime hoeveelheid water niet.
Bij goede voedering rnet zowel plantaardig als dierlijk voedsel (visvoer, watervlooien, zwarte muggenlarven) groeien ze snel.
Na ongeveer zes weken komen de achterpoten door en drie weken later ook de voorpoten.
Enkele dagen later klimmen de dieren dan aan land. Als de staart volledig geabsorbeerd is zijn ook de kleuren reeds goed zichtbaar.
Het beste kan men de jonge kikkers in kleine groepjes in kleinere terraria opkweken.
Ze eten meteen kleine fruitvliegen en stofkrekels, maar zijn ook dol op springstaartjes. Houdt er rekening mee dat het grote eters zijn!
Na een klein jaar worden ze geslachtsrijp en kunnen ze al weer voor een nieuwe generatie zorgen.

 

 

 

 

 

Dendrobates tinctorius is een grotere gifkikkersoort.
 
Er zijn verschillende ondervarianten.
Ze kunnen zeer verschillen in kleur en grootte naargelang hun voorkomingsgebied.
Grootte : tot 7 cm

D.tinctorius Cobalt

D.tinctorius Brazil
Verzorging: terrarium met eikenbladeren, javamos, wortels, stenen, grootbladerige planten, bromelia's om in te schuilen.

Temperatuur: 27°C (dag), 20°C (nacht):
Relatieve luchtvochtigheid: 70 tot 90%

Voer: fruitvliegen, erwtenluis, bonenkever, krekels maat 1, springstaartjes...

Gedrag: overdag actief. Mannetje roept zacht ratelend.
 
 

 

 

Dendrobates (Tinctorius) Azureus


foto getrokken te Amfibia - deze kikkers zijn te zien in ons showpaludarium
Dendrobates Azureusis een felblauwe en vrij grote gifkikker die volwassen rond de 5 à 6 cm groot kan worden.
Leefomgeving: De D. Azureus komt voor in Suriname, alleen in de tropische regenwouden.
Hij leeft aan beekoevers.

Verzorging: terrarium met eikenbladeren, javamos, wortels, stenen.

Temperatuur: 25°C (dag), 20°C (nacht): relatieve luchtvochtigheid ca 90%

 

 

Voeding: kleine insecten, weideplankton

Gedrag: Overdag actief. Het mannetje roept zacht brommend.
Vrouwtjes onderling zijn erg onverdraagzaam, vooral in de paartijd.
 

 

 

 

 

Tricolor
Epipedobates Tricolor (anthonni)
 
De Tricolor is een prima kikkertje om je hobby mee te beginnen.
 
Hij kan makkelijk in een groepje gehouden worden en maakt een leuke hoge kanariegeluidjes.
 
Jonge tricolors zijn meestal bruinrood.
Als ze ouder worden zullen ze sterker kleuren.

Voeding: Fruitvliegjes, springstaartjes, allerlei kleinere insecten.

Grootte: tot 2,5cm

Leefomgeving: tropisch vochtig
 
Voorkomen : kustzijde van het Andesgebergte in Ecuador

Temperatuur: 22-26°C
 
De Tricolor kweekt gemakkelijk en stelt geen hoge eisen aan de omgeving. Hij kan temperaturen aan van 20 tot 30 °C.
 



 

Hoe kan je het verschil zien tussen mannetjeskikkers en vrouwtjeskikkers ?
 
Bij gifkikkers is het soms moeilijk om het geslachtsonderscheid te maken. Meestal kan dit pas zeker gedaan worden wanneer de dieren bijna volwassen zijn.
Men gaat ervan uit dat je bij jonge dieren (bv. 1 tot 5 maanden oud) geen degelijke geslachtsbepaling kan uitvoeren.
 
Volgende kenmerken kunnen een geslachtsbepaling helpen uitvoeren, maar zijn niet op alle soorten toepasbaar :
  • Vrouwtjes zijn wat groter en ronder van vorm.
  • Mannetjes hebben soms grotere hechtschijfjes aan de tenen, alsof deze niet uit één maar uit twee schijven bestaan of 'duimpjes' bevat.
  • Soms vertoont de enkele kwaakblaas van het mannetje slijtageplekken.
  • Mannetjes van D. tinctorius en D. azureus hebben dikkere tweede en derde tenen dan de vrouwtjes.
  • Bij volwassen exemplaren: Bijna altijd zullen het de mannetjes zijn die kwaken of 'fluiten' - Heel uitzonderlijk kunnen ze allebei fluiten

 

 

Pijlgif op de huid van de gifkikker



Het sterk alkalische huidgif van gifkikkers blijft redelijk lang werkzaam bij wildvangexemplaren.
Bij de meeste gifkikkersoorten neemt de giftigheid van hun slijmhuid na enkele generaties af.
Het gif is gevaarlijk als het in de bloedbaan komt.
Het veroorzaakt irritatie, zwelling en pijn in allerlei slijmvliezen.
Het gif weert voor de kikker parasieten, ziekten zoals schimmels, bacteriën en predatoren (bedreigende diersoorten).

Alleen het gif van de soorten Phyllobates Terribilis, P. Bicolor en P. Aurotaenia zou een kleiner zoogdier kunnen doden. (Een volwassen mens is hier waarschijnlijk te groot voor).

De gifkikkers die in onze winkel worden verkocht zijn al meerdere keren nagekweekt, tot meer dan 10 generaties. Hierdoor zijn deze gifkikkers niet meer of zeer weinig giftig.
Hyloxalus Azureiventris
Hyloxalus azureiventris is een klein blijvende soort, van ca. 2,75 cm lengte. De mannetjes blijven iets kleiner dan de vrouwtjes.
Biotoop:
Het biotoop van Hyloxalus azureiventris bevindt zich op de oostelijke hellingen van de Andes rond de 700 m zeehoogte. De luchttemperatuur bedroeg hier 24 C en de relatieve luchtvochtigheid was 95%. Deze waarden werden gemeten in het begin van de middag in april, aan het eind van de regentijd.
Verzorging en kweek:
Hyloxalus azureiventris moet gehouden worden in een zogenaamd oerwoudterrarium.
50 x 40 x 40 cm is voor een koppel groot genoeg.
Inrichten met waterabsorberend materiaal op de wanden (varenwortel b.v.) en een houtstronkje.
Enige planten als bromelia's, marantaceae e.d completeren de inrichting. Een waterdeel, waar ze de larven naar toe kunnen brengen is ook aan te raden. En dat alles goed vochtig houden.
Als voedsel nemen ze fruitvliegen, maar ook jonge krekels en allerlei soorten andere kleine insecten (weideplankton). Als de mannetjes hun tot 40 sec. durende, goed hoorbare baltsroep laten horen zijn er legsels op komst.
Deze worden zowel op bromeliabladeren als in holletjes, zoals een petrischaaltje onder een halve kokosnootschaal, afgezet. Het legsel bestaat uit 10-17 eieren, die in 14 dagen ontwikkelen en wordt door het mannetje fanatiek bewaakt.
De larven worden door het mannetje naar het water gebracht en kunnen gezamenlijk worden opgefokt. Na een zestal weken metamorfoseren de larven tot kleine kikkertjes van ruim een cm.
Bron:(oorspronkelijke tekst: DN-gifkikkerportaal)
 
Oophaga Pumilio
 
Dit is één van de moeilijkere kleine soorten waarin veel zeer mooie en felle kleurvariëteiten zijn.
De kikkertjes zijn zeer klein.
Grootte
: tussen 18 en 24 mm.
Verzorging: terrarium met dichte bodembeplanting, wortels, zitstenen, bromelia's.
Voorbeeldafmetingen : 35 B x 35 D x 60 H
 
Temperatuur: tot 30°C (dag), 20°C (nacht)
Relatieve luchtvochtigheid ca 90%

Zoals de meeste gifkikkers eten ze fruitvliegjes (kleine maat), springstaartjes.

Hun gedrag is levendig, de mannetjes roepen luid, het klinkt als een kort geratel. Ze hebben een uitgesproken territoriumgedrag.



 

Tweekleurige gifkikker

(Phyllobates Bicolor)

Foto: amfibia
--------------------------------------------------------------------------------------------------
Synoniemen:Phyllobates melanorrhinus (Berthold 1845, Gorham 1963), Phyllobates chocoensis (Posada Arango 1869), Dendrobates tinctorius var. chocoensis (Boulenger 1913), Phyllobates nicefori (Noble 1923).

Namen:Tweekleurige gifkikker (NL), Two coloured Poison frog (UK), Black Legged Poison Frog (UK), Zweifarbiger Blattsteiger (DU)

Beschrijving:

Een kikker met gladde huid (i.t.t. de P. terribilis). Ze variëren in grootte van 39 tot42 mm, waarbij de vrouwtjes doorgaans groter zijn dan de mannetjes. Als jonge dieren hebben ze dorsolaterale strepen, vaak in de kleur die ze later over bijna het hele lichaam hebben. Dit kan goudgeel, oranjegeel of oranjerood zijn, waarbij de buik zwart, oranje of goudkleurig is. De onderkant van dijbeen en bovenarm zijn vaak groen en zwart gemarmerd. De iris en vaak ook het oor (tympanum) zijn zwart of roodbruin. De eerste vinger is vaak iets langer dan de eerste. In de huid is batrachotoxine aanwezig. Ze hebben geen zwemvliezen. Het geslachtsonderscheid is niet eenduidig, vaak (maar niet altijd) is bij volwassen dieren het vrouwtje wat ronder en groter dan het mannetje.

Leefgebied en verspreiding:

Westelijke flank van het noordelijke deel van de Cordillera Occidental, van 25-1500m, het noordwestelijke deel van Colombia (Chocó en Valle del Cauca). Ze zijn vaak te vinden in het struikgewas langs brede beken waarin ook de larven worden afgezet. Afhankelijk van de hoogte varieert ook de temperatuur maar in alle gevallen is de luchtvochtigheid bijna 100% als gevolg van de enorme regenval in hun leefgebied.

Op grotere hoogten is vooral de nachttemperatuur vaak niet hoger dan 18°, terwijl dat in lager gelegen gebieden zo'n 23° kan zijn. Overdag loopt de temperatuur vaak op van 24-28°, afhankelijk van de hoogte.

Verzorging/Nakweek:

In een voldoende groot terrarium (50 x 50 x 50) kan een kweekgroep (1 mannetje, 2 vrouwtjes) gehouden worden.
Met een paar stronken, wat bromelia's en een stevige klimplant op een bodem van turfplaatjes en beukenblad kan voor de aankleding volstaan worden.

De luchtvochtigheid moet hoog gehouden worden bij een temperatuur van 25° overdag en 20° 's nachts.

Als ze ongeveer 1½ jaar zijn kunnen ze zich voortplanten.
Met een schril onderbroken gefluit roep het mannetje zijn vrouwtje.
Ze zetten de eieren (10-22 stuks) vaak in donkere holletjes (bv. fotokokertjes) af en deze komen na 10-16 dagen uit, waarna het mannetje ze naar een geschikt watertje brengt.
Ze kunnen samen opgroeien en zijn prima te voeren met tetramin, discusvissenvoer en Sera micron. Ze groeien in 40-55 dagen van larf tot jonge kikker.

Als volwassen kikkers zijn het goede eters die vrijwel alles, van springstaarten tot grote wasmotlarven, naar binnen slaan.
De jonge dieren hebben eerst vooral voorkeur voor springstaarten en kleine fruitvliegen, liefst zo gevarieerd mogelijk. 
------------------------------------------------------------------------------------------------

Phyllobates terribilis

 
Eén van de giftigste pijlgifkikkers ( in het wild); zowel mannen als vrouwen fluiten.
 
Wordt vaak verward met Phyllobates bicolor.
Ph. terribilis heeft een ruwere huid.
Er zijn meerdere kleurvarianten.
Jonge dieren hebben meer zwart in het lijf.
Later trekt het zwart weg.
 
Zie filmpje voor de roep van de PH. Terribilis
Voeding:
Fruitvliegjes, springstaartjes, stofkrekeltjes

Grootte: forse kikker tot 5cm groot

Leefomgeving: ZW-Colombia: tropisch vochtig

Temperatuur: 22-24°C (s'nachts tot 20°C)
Ranitomeya Variabilis
De R. variabilis is een mooi gekleurd kikkertje dat graag klimt. Hiervoor kan je best het paludarium wat in de hoogte uitbouwen.
 
Ze wonen graag in of in de omgeving van bromelia's.
Je houd ze het beste in een klein groepje.
 
De D. Variabilis legt haar eieren het liefst in bladoksels van een bromelia of in lichtjes schuin gezette en gefixeerde fotopotjes.
 
Grootte:
tot 1,8cm
 
Leefomgeving:
Peru: tropisch vochtig

Temperatuur:
D : 23 - 27°C
N : 20°C
Voeding:
Fruitvliegjes, springstaartjes, weideplankton...
Vitamines toedienen via de fruitvliegjes (bepoederen).

 
 




 
 

Ranitomeya Ventrimaculatus Borja ridge

 
Voeding: Fruitvliegjes, springstaartjes

Grootte: tot 2,5cm

Leefomgeving: tropisch vochtig

Temperatuur: 22-26°C

Bijzonderheden: Een kleiner kikkertje dat zeer graag klimt.
 
 
Door een tekort aan vitamines, dat veroorzaakt kan worden door o.a. te eenzijdige voeding bestaat de mogelijkheid dat uw dieren volgende symptomen kunnen gaan vertonen :
rachitis, gebrek aan eetlust, huidproblemen, steriliteit, apathie, groeistoornissen, gezwelvorming en een geringe vorm van stress.
Dendrocare ontwikkelde speciaal voor amfibieën een vitaminepreparaat:

Dendrocare, vitaminenpreparaat voor gifkikkers

Gebruiksaanwijzing:
Gooi een mespuntje Dendrocare in een lege pot, gooi er de fruitvliegen bij en schud even.
Het poeder blijft goed op de vliegjes kleven.
Leg bij voorkeur een schaaltje in het terrarium en strooi de vliegjes hierop, overgebleven resten van Dendrocare blijft hierop achter.



Samenstelling Dendrocare per kg. :
vitamine A 450.000 IE, vitamine D3 120.000 IE, vitamine E 10200 mg, vitamine B1 36 mg, vitamine B2 165 mg, ca pant 270 mg, nic am 570 mg, vitamine B6 78 mg, CU 120 mg, I82 mg, FE 1650 mg, MN 72 mg, ZN 273 mg, CO 63mg, proteine 10,1 %, fat 1,8 %, fibers 0,19 %, as 47 %, moisture 1,9 %, CA 22 %, P 8,8 %, NA 1,4 %, MG 0,2 %, K 0,43%.

Houdbaarheid : Dendrocare behoudt ongeveer 1 jaar zijn volledige werkzaamheid, mits droog bewaard.

--> Verkrijgbaar bij Amfibia

Welke voeding kan je zoal geven aan uw pijlgifkikkers ?

 
Fruitvliegjes, springstaartjes, bonenkevers, erwtenluis, klein weideplankton, kleine wasmotten en hun larven, rijstmeelkeverlarven, tropische pissebedden...
Hoewel een gifkikker in de natuur veel mieren eet, zijn de mieren in Europa ongeschikt voer.
--> Sommige Dendrobatidae zijn erg gevoelig voor een periode met slecht voer.

Een mindere conditie van de ouderdieren (bv. door onvoldoende opname van vitaminen en mineralen) lijkt de belangrijkste oorzaak van zogenaamde 'luciferpootjes' bij kikkertjes die net de metamorfose hebben ondergaan.

Bonenkevers


erwtenluis


tropische pissebedden (witte)


rijstmeelkevers en hun larven in het meel


springstaartjes

fruitvliegjes