Amfibia Reptielenwinkel
blank
Binnen kijken via Google
Panorama
AMFIBIA
Tel : 0032 (3) 449 39 29
mail
Reptielenopvang
tijdens uw vakantie is mogelijk.
Vraag er tijdig naar!



SPECIALS
Groot aanbod tropische planten voor paludaria in onze serre.
Supergrote keuze gifkikkers!

In onze buitenafdeling:
Groot aanbod tropisch hout en diverse steensoorten.



 

 
© Amfibia 2007 
Reptielen info > Salamanders > Axolotl
Salamanders

Salamanders

Tot op heden zijn de salamanders onderverdeeld in 8 families met circa 450 soorten en ondersoorten:
  • Aziatische landsalamanders ( Hynobiidae)
  • Reuzensalamanders ( Cryptobachidae)
  • Axolotls en verwanten ( Ambystomatidae)
  • Gewone salamanders ( Salamandiidae)
  • Aalsalamanders ( Amphiumidae)
  • Olmachtige ( Proteidae)
  • Longloze salamanders ( Plethodotidae)
  • Sirenen ( Sirenidae)

Omschrijving

Salamanders bewonen gematigde zones van het noordelijk halfrond, maar ook streken ten zuiden van de evenaar. Alleen in de streken met constant sneeuw komen ze niet voor. 
Salamanders hebben een hagedisachtig uiterlijk; lichaam geleed in kop en romp, flanken bij vele soorten voorzien van costrale groeven die met de ribben corresponderen, 4 zwak ontwikkelde poten en bij de sirenen (vrouwelijke salamanders) alleen de twee voorste aanwezig. 
De staart blijft behouden na de metamorfose. De totale lengte varieert tussen 7 en 30 cm, enkele soorten zijn nog kleiner. Reuzensalamanders worden tot 150 cm groot. 
Vele soorten zijn zeer slank en langgerekt, soms aalvormig. Hun zintuigen zijn aangepast aan hun levenswijze. De zijlijnorganen hebben bij waterbewonende salamanders nog de functie om drukverschillen en chemische prikkels van op een afstand waar te nemen. 
Van de op land levende salamanders zijn de zijlijnorganen gereduceerd. De ogen zijn meestal klein en bij grotsalamanders sterk gereduceerd.

Aanvankelijk hadden de salamanders nog een trommelvlies, maar deze organen kregen bij de recente salamanders ten gevolge van hun verborgen levenswijze een steeds beperktere functie en zijn tenslotte geheel verdwenen. Niettemin kunnen salamanders geluiden waarnemen.

Salamanders leven bij voorkeur in bergachtige gebieden met een gematigd, vochtig klimaat. 
Van hieruit hebben ze zich verspreid over het laagland.

Op het land leven ze, meestal goed verborgen, in de directe omgeving van water waar de gemiddelde temperatuur van de buitenlucht rond 10°C schommelt en zelden tot 20°C stijgt. 
Ze komen vooral voor in biotopen waar ze weinig concurrentie hebben van reptielen en andere gewervelde dieren, maar waar niettemin nog voldoende voedsel, hoofdzakelijk geleedpotigen en wormen, voor ze is.

In het water zal men salamanders slechts aantreffen waar geen vissen voorkomen. Een aantal soorten leeft in holen en grotten. Sommige landsalamanders leven in bomen, enkele soorten zelfs in bromelia's. 
Handen en voeten zijn bij deze dieren geheel aan een klimmend bestaan aangepast, net als de staart die de functie van grijpstaart heeft gekregen.

 

Kweek algemeen

Salamanders zijn op een enkele uitzondering na, eierleggende dieren. De eieren worden meestal inwendig, maar bij sommige soorten uitwendig bevrucht. In het eerste geval zet het mannetje op de bodem spermatoforen af. 
Deze bestaan uit een gelatineachtige voet met daarboven een zaadpakketje en worden door het wijfje in hun geheel opgenomen.
Wijfjes die zaadbuideltjes in de cloaca hebben, kunnen daarin een aantal zaadcellen opslaan.


De eieren worden bijna altijd in het water afgezet waar ze aan hun lot worden overgelaten of door het wijfje bewaakt. Bij sommige soorten, zoals de reuzensalamanders doet het mannetje dit.


 

 

De larven hebben al helemaal de vorm van volwassen dieren. Zowel in de boven- als in de onderkaak hebben ze al echte tanden.
Hun voedsel bemachtigen ze door zuigende bewegingen met behulp van vliezige lipzomen. 
Door de bek plotseling te openen ontstaat er een krachtige stroom waardoor voedseldiertjes in de mondholte worden gezogen.

Waterlarven hebben aan weerszijden achter de kop struisveerachtige uitwendige kieuwen en zijn met zijlijnorganen uitgerust.


In het water levende larven die geslachtsrijp worden, behouden hun uitwendige kieuwen, bij andere permanent in het water verblijvende salamanders verdwijnen deze. 
Bij de larven kunnen 2 verschillende vormen van aanpassing onderscheiden worden. Larven die in vijvers en ander stilstaand water met een laag zuurstofgehalte verblijven, hebben een gedrongen lichaam, grote uitwendige kieuwen met talrijke kieuwfranjes en een brede vinzoom op de staart en de rug die zowel voor de voortbeweging als voor de huidademhaling dient. 
Bij larven die in koele, snelstromende en zuurstofrijke bergbeken leven, is het lichaam gestroomlijnd, ontbreekt de rugvin en is er slechts een smalle vinzoom.
De larven kunnen voor de metamorfose vaak een aanzienlijke grootte bereiken en hebben soms zelfs al het formaat van volwassen dieren.
 
Enkele soorten salamanders blijven zelfs gedurende hun gehele leven een larve met uitwendige kieuwen en planten zich ook in dit ontwikkelingsstadium voort. 
Dit verschijnsel wordt neotenie genoemd. Bij de Mexicaanse axolotl, die in het larvenstadium geslachtsrijp wordt, is de schildklier minder actief. 
Krijgen deze dieren echter thyroxine of stukjes schildklier van slachtvee of van olmen toegediend, kan bij hen wel een volledige metamorfose bewerkstelligd worden.

Bij geringe productie thyroxine bij deze salamanders is te wijten aan een gebrekkige functionering van het hersenaanhangsel (hypofyse). Dit orgaan vormt talrijke hormonen waarvan er één de activiteit van de schildklier regelt en dus onontbeerlijk is voor een normaal verlopende metamorfose (thyreotroop hormoon).
 
Een ander hormoon van de hypofyse is verantwoordelijk voor de vorming van kleurstoffen in de pigmentcellen. 
Vallen deze beide hormonen tegelijkertijd uit, dan ontstaan er albino's (neotenie albino's) zoals de witte axolotl (zie afbeelding). Neotenie is bij de axolotl erfelijk.
 
Openingsuren en openingsdagen van Amfibia:
Maandag, Dinsdag, Woensdag, Vrijdag, Zaterdag en Zondag
van 10 tot 18u
 Gesloten op donderdag
Amfibia - Duffelsesteenweg 229 (voor GPS : nr. 233) - B-2550 Kontich - Tel: 03 449 39 29 - info @amfibia.be